Duration is niet hetzelfde als de looptijd van een obligatie. Waar looptijd simpelweg aangeeft wanneer de obligatie afloopt, meet duration hoe snel de belegger zijn investering effectief terugverdient via kasstromen. Een obligatie die vroeg grote couponbetalingen uitkeert heeft een lagere duration dan een obligatie die pas aan het einde uitbetaalt. Dit maakt duration tot een nauwkeuriger instrument voor het beoordelen van renterisico dan looptijd alleen. Een nulcouponobligatie, die geen tussentijdse betalingen doet, heeft een duration die gelijk is aan zijn looptijd omdat alle kasstromen pas aan het einde worden ontvangen. Obligaties met regelmatige couponbetalingen hebben altijd een lagere duration dan hun looptijd omdat een deel van de kasstromen eerder binnenkomt. Dit onderscheid is belangrijk voor beleggers die hun renterisico nauwkeurig willen beheren. In de praktijk gebruiken beleggers duration ook om verschillende obligaties met elkaar te vergelijken, ongeacht hun looptijd of couponstructuur, omdat duration een uniforme maatstaf biedt voor rentegevoeligheid die eerlijke vergelijkingen mogelijk maakt.