Box 3 vertegenwoordigt binnen het Nederlandse drieboxenstelsel van de inkomstenbelasting de categorie inkomen uit sparen en beleggen, en omvat alle vermogensbestanddelen van een belastingplichtige die niet kwalificeren voor de andere twee boxen. De vermogensbestanddelen die typisch onder Box 3 vallen zijn uiterst divers en omvatten spaargelden bij binnen- en buitenlandse banken, portefeuilles van beursgenoteerde aandelen en obligaties, participaties in beleggingsfondsen, direct vastgoed zoals vakantiewoningen en verhuurde appartementen, vorderingen op derden, contant geld boven bepaalde drempels, en in de meest recente wetgeving ook cryptovaluta en andere digitale activa. De belastingheffing in Box 3 vindt plaats over een fictief rendement dat wordt berekend over het nettovermogen van de belastingplichtige, zijnde het totaal van alle Box 3-activa verminderd met de Box 3-schulden, voor zover dit nettovermogen de jaarlijks geïndexeerde vrijstelling overstijgt die bekendstaat als het heffingsvrije vermogen.De geschiedenis van Box 3 is onlosmakelijk verbonden met de bredere evolutie van het Nederlandse belastingstelsel en weerspiegelt de voortdurende zoektocht van beleidsmakers naar een balans tussen belastingrechtvaardigheid, economische efficiëntie en administratieve uitvoerbaarheid. Het forfaitaire rendementsstelsel dat in 2001 werd geïntroduceerd werkte aanvankelijk redelijk goed in een economische omgeving met normale renteniveaus, maar bleek structureel onhoudbaar in het decennium van uitzonderlijk lage rentes dat volgde op de mondiale financiële crisis. De politieke weerstand tegen aanpassing van het stelsel was lange tijd groot vanwege de budgettaire consequenties van lagere Box 3-opbrengsten voor de schatkist, waardoor de nodige hervormingen jarenlang werden uitgesteld ondanks groeiende maatschappelijke en juridische druk.Het keerpunt kwam met het baanbrekende arrest van de Hoge Raad in december 2021, dat de onhoudbaarheid van het bestaande stelsel definitief bevestigde en de overheid dwong tot onmiddellijk handelen. De jaren die volgden werden gekenmerkt door een complexe combinatie van rechtsherstel voor gedupeerde belastingplichtigen, overgangsregelingen om de periode tot de invoering van het nieuwe stelsel te overbruggen, en intensieve wetgevende arbeid om een fundamenteel nieuw Box 3-stelsel te ontwikkelen dat is gebaseerd op werkelijk behaald rendement. Voor vermogende particulieren, hun belastingadviseurs en vermogensbeheerders heeft deze transitie verstrekkende praktische gevolgen voor de optimale structurering van privévermogen, de administratieve verplichtingen rond vermogensrapportage, en de fiscale afweging tussen verschillende categorieën beleggingen met uiteenlopende rendements- en belastingprofielen.