Pierre Pincemaille, Algemeen Secretaris van Gestion DNCA Investments.
“Wie niet horen wil, moet voelen”. Dat is de beleefde vertaling van dit acroniem dat het nieuwe mantra van de Amerikaanse president aan het begin van dit jaar lijkt te zijn. En hoewel de Amerikaanse interventie in Venezuela de aandelen- en rentemarkten niet significant heeft doen bewegen, moet de overgang van Amerikaans exceptionalisme naar expansionisme onderzocht worden, zowel vanuit economisch oogpunt (toegang tot hulpbronnen) als vanuit geopolitiek oogpunt (Monroe-doctrine).
Om de beweegredenen van de huidige regering te begrijpen, moeten we een andere Amerikaanse uitdrukking in het achterhoofd houden (it's the economy, stupid!). Vanuit dit oogpunt spreken de statistieken over de Venezolaanse olie voor zichzelf: 20% van de wereldwijde hulpbronnen**, tegenover een magere 1% van de productie in 2025 (of ongeveer 900.000 vaten/dag). Dit grote verschil is uiteraard het gevolg van tientallen jaren van onderinvestering in productiefaciliteiten na de beslissing van voormalig president Chavez om multinationals te onteigenen, met name Amerikaanse (met uitzondering van Chevron).
Belangrijk detail: Venezolaanse olie, voornamelijk afkomstig uit de Orinoco-gordel, heeft het technische kenmerk dat het ‘extra zwaar’ is, lees meer viskeus en zwavel- en metaalhoudend, net het tegenovergestelde van Amerikaanse schalieolie. En het raffinagegereedschap uit de Golf van Mexico, dat dateert van voor de shale-revolutie, werd geconfigureerd voor dit type zware ruwe olie. Al meer dan tien jaar is Canada de voorkeursleverancier voor deze raffinaderijen met 4 miljoen vaten per dag die naar zijn buurland worden geëxporteerd. De gebeurtenissen aan het begin van het jaar zouden de kaarten van de oliestromen op het Amerikaanse continent dus opnieuw kunnen schudden.
Op korte termijn zal de evolutie van de Venezolaanse olieproductie vooral afhangen van het al dan niet opheffen van de Amerikaanse sancties. In afwachting van een mogelijke aankondiging van de overheid over dit onderwerp valt op dat het handelsbedrijf Vitol als eerste de toestemming kreeg om Venezolaanse vaten op de markt te brengen. De markten reageerden al snel op deze gebeurtenissen met een verruiming van de spread*** tussen zware en lichte ruwe olie. Een beweging die de richting uitgaat die de Amerikaanse president wou op negen maanden voor de tussentijdse verkiezingen. De tegenpartij surft immers op de affordability-crisis die ze wijt aan de bewoner van het Witte Huis. Als antwoord activeert de president tal van hefbomen om de factuur voor de Amerikanen te verlichten: een verlaging van de prijzen van geneesmiddelen, maar ook van vastgoed, met het verbod voor institutionele beleggers om privéwoningen te kopen en de wens om de rente op kredietkaarten te beperken tot 10%.
Op langere termijn zal het herstel van de productie en dus van de export mechanisch afhangen van de bedragen die bedrijven investeren om het productieapparaat te herstellen. Daarvoor is een stabiel wetgevings- en belastingkader nodig, dat nog veel te vroeg is om te overwegen. Beperkt tot de cijfers schatte staatsbedrijf PDVSA in 2021 de bedragen die nodig zijn om de lokale productie terug te brengen naar het niveau van 1998 (3,5 miljoen vaten per dag) op 78 miljard dollar. De topman van TotalEnergies spreekt van 100 miljard dollar om de lokale industrie nieuw leven in te blazen. Hoewel de eerste verklaringen van de Amerikaanse majors uit de oliesector eerder terughoudend waren, merken we op dat de niet-beursgenoteerde sector, die van nature minder risico-avers is, zich aan het gereedmaken is: Ali Moshiri, voorheen Chevron-verantwoordelijke voor Latijns-Amerika, heeft 2 miljard dollar opgehaald via zijn energiefonds.
Als we verder kijken dan het economische aspect, zorgt de wens om Venezuela te besturen er ook voor dat de Amerikaanse president zijn pionnen op het geopolitieke schaakbord verplaatst. Deze ingreep zal mogelijk de zware ruwe olie van Canada vervangen door die van Venezuela, maar ook China afsnijden van een goedkope oliebron. Het Middenrijk was immers de belangrijkste koper van Venezolaanse vaten voordat de Amerikaanse regering eind dit jaar besloot de schepen te blokkeren die het zwarte goud exporteren.
Hoewel de stopzetting van deze oliestromen tussen Venezuela en China niet van existentieel belang is voor China (4% van de import over zee), was een deel van deze vaten een terugbetaling in natura van de overheidsschulden die werden aangegaan bij Peking. In feite is het dus een overname door de Amerikaanse regering van de bekende “Monroe-doctrine”, die door Roosevelt werd geherinterpreteerd****. Ter herinnering: naast olie in Zuid-Amerika bezit het subcontinent ook bijna de helft van de wereldwijde koperreserves en twee derde van de lithiumreserves.
Wat de impact op de wereldwijde groei betreft, maakt het marginale gewicht van Venezuela, zowel in het wereldwijde bbp als in het olieaanbod, de kans op een verandering van economisch scenario zeer klein op het moment dat het IMF zijn groeivooruitzichten opwaarts bijstelde door te spreken van een “verrassende kracht”. Bovendien zal het enkele jaren duren voordat de productiestijging werkelijkheid wordt. Deze gebeurtenis toont echter eens te meer het strategische aspect van toegang tot hulpbronnen in een optiek van zelfvoorziening en technologische overheersing door de grote mogendheden. Dit analysekader zou beleggers moeten aanzetten om hun blootstelling aan grondstoffen binnen hun allocaties te herzien…
*Fuck Around Find Out;
**241MB volgens Wood Mackenzie (2P+2C);
***Prijsverschil;;
****Latijns-Amerika is het voorbehouden domein van het Amerikaanse buitenlandse beleid;
*****+3,3% wereldwijde groei verwacht in 2026.